Weerstations

In Nederland wordt op veel plaatsen een weerkundige meting verricht. Deze (automatische) metingen staan aan de basis van de weersverwachting.

Voordat een meteoroloog een weersverwachting kan opstellen moet het duidelijk zijn hoe warm het is, waar bewolking aanwezig is en of hier ook regen uit valt. Voor een goed beeld gebruikt hij of zij niet alleen radarbeelden en satellietfoto’s, ook de waarnemingen van (voornamelijk) automatische weerstations worden gebruikt voor een goede analyse.

In ons land wordt op ongeveer 40 meetpunten elke 10 minuten een waarneming verricht. Niet alleen het versturen van de waarnemingsdata gaat met behulp van de nieuwste technieken, ook bij het opstellen van de waarneming komt geen mensenhand meer kijken. Vroeger ging om het uur (soms ook om het half uur) een waarnemer naar buiten om temperatuur, wind en vochtigheid te meten. Nu gebeurt dit automatisch waardoor er veel meer waarnemingen per uur worden verricht.

Op ongeveer 40 waarnemingsstations staat een PWS (Present Weather Sensor), een sensor die niet alleen temperatuur, vochtigheid en wind meet, maar ook in staat is om bijvoorbeeld het zicht te bepalen. Daarnaast kan de sensor ook zeer nauwkeurig meten waardoor het zicht wordt beperkt. Dat kan zijn doordat er stof in de lucht zit, of door mist of neerslag. In combinatie met de temperatuur en neerslag die in de regenmeter wordt opgevangen geeft het automatische meetpunt door of er regen, hagel of sneeuw valt. De hoeveelheid neerslag en het zicht bepaalt vervolgens de intensiteit. Dankzij een hoogtemeter is het mogelijk om de wolkenbasis te schatten. Verder geeft het meetpunt aan hoeveel bewolking er voorkomt. Veranderingen in het weerbeeld zijn dan ook goed waar te nemen dankzij deze apparatuur.

Dat we de waarnemingen niet voor 100 procent moeten vertrouwen blijkt wel uit de metingen van het meetpunt Heino (gelegen in de provincie Overijssel). Tijdens zonnig en heet zomerweer werd in juni 2006 constant regen waargenomen en dat terwijl er geen wolkje aan de lucht was. Door de droogte moesten de boeren in de omgeving de landerijen op een kunstmatige manier voorzien van regenwater. De regenmeter ving elke keer wat water op en rapporteerde dit netjes als regen!

Gelukkig komt het niet vaak voor dat de waarnemingen onbetrouwbaar zijn en omdat er meer data beschikbaar zijn zal een meteoroloog beter in staat zijn om een nauwkeurige analyse op te stellen. Samen met satellietfoto’s en radarbeelden kan een meteoroloog dan ook een beeld vormen van het huidige weer in ons land. Door vervolgens computerberekeningen te bekijken is de weerkundige in staat om aan te geven naar welke regio een regenstoring of een mistgebied trekt. Waarnemingen staan dus aan de basis van de weersverwachting. Op de website van het KNMI is er nog meer achtergrond informatie te lezen over de automatische waarnemingen.

 

Bron: Meteo Consult, KNMI.