Winterse trekjes

Het weer heeft de komende dagen winterse trekjes, maar tot een echte vorstperiode komt het niet.

Het lijkt vandaag wel lente, met vrijwel overal een uitbundig schijnende zon en temperaturen tot rond 10 graden aan toe. Maar er geldt: geniet er van zolang het nog kan, want morgen ziet het er alweer heel anders uit buiten. Bovendien wordt het (iets) kouder.

Het is het patroon van de winter tot nu toe: zachte periodes worden afgewisseld door relatief koudere, zonder dat er langdurige en zeer koude vorstperiodes bij zitten. De komende dagen vertoeven we weer in iets koudere lucht, omdat aan de rand van een krachtig hogedrukgebied boven Engeland (kerndruk zaterdagmiddag 1041 hPa) een noordwestelijke stroming op gang is gekomen. Het hogedrukgebied wandelt zondag naar ons land, daarbij iets in betekenis afnemend. Nadat de temperatuur zaterdagavond snel daalt richting het vriespunt en het nog helder is, ontstaat er in de kalme atmosfeer in de nacht -wellicht al iets eerder - (dichte) mist en stokt de afkoeling.

Zondag wordt er op enige hoogte vrij zachte lucht aangevoerd, zo ligt de temperatuur op 1500 meter hoogte in de middag omstreeks +5 graden. Maar zoals zo vaak is er in of aan de rand van een sterk hogedrukgebied sprake van een sterke inversie, waarbij in de onderste paar honderd meter van de atmosfeer de temperatuur lager is dan in de luchtlaag daarboven. Een omgekeerde situatie dan normaal dus, vandaar de naam inversie. Het koude luchtlaagje zit dan als het ware gevangen en kan niet weg. Pas als de zon doorbreekt of het gaat hard genoeg waaien, kan de lucht onderin worden aangewarmd en bovendien mengen met de luchtlaag daarboven, zodat de temperatuur aan het aardoppervlak stijgt. Maar zondag staat er weinig wind en is de zon nog net niet krachtig genoeg, zodat de maximumtemperatuur wel eens lager kan uitvallen dan dat we nu verwachten (een graad of 7), vooral als de mist de hele dag blijft hangen. We mogen in dat geval blij zijn als het 3 graden wordt...Vervolgens komt de temperatuur in het binnenland in de nacht naar maandag opnieuw dichtbij of om het vriespunt uit.

Maandag verdwijnt de mist, omdat een storing vanuit het noorden het land binnendringt met wat wind, en daarachter drogere en op enige hoogte iets koudere lucht. De wind gaat uit west of noordwest waaien en wordt matig, op de Wadden vrij krachtig, 5 Bft. Dinsdag en woensdag krijgen we mogelijk een paar winterse buitjes en 'flirt' de temperatuur 's nachts nog altijd met het vriespunt. Voor alle details en het weer na woensdag verwijzen wij u naar de weerlijn: 0900-9725, kies 2 voor de verwachting t/m 5 dagen vooruit en optie 5 voor de 10-daagse verwachting.

Ook de afgelopen twee dagen hadden we regionaal met mist te maken, al ontstond deze in zachtere en vochtigere lucht. Verder bleef er veel laaghangende bewolking over en viel er soms wat motregen. Vrijdagavond begon het snel op te klaren en uiteindelijk werd het een overwegend heldere nacht met in Noord-Brabant, delen van Utrecht en op de Veluwe evenals in Zuid-Limburg zowaar lichte vorst in de thermometerhut. Gilze-Rijen noteerde -2,9 graden, Woensdrecht -1,6 graden en Eindhoven -1,2 graden als minimum. Op wat grotere schaal kwam het tot vorst aan de grond. Op de Haarweg in Wageningen bijvoorbeeld, achter het gebouw van Meteo Consult, werd het bijna 4 graden onder nul, Silvolde in de Achterhoek noteerde -1,7 graden aan het gras en Ruurlosebroek -1,1 graden. Daartegenover staan de waarnemingen met veel hogere minima uit het noorden en westen van het land. Om er enkele te noemen: Jorwerd in Friesland had een minimum (op 1,5 meter hoogte) van 5,6 graden, Dirksland (Goeree Overflakkee) eveneens 5,6 graden en Uithuizen in Groningen 6,1 graden.

Februari telt overigens aardig wat dagen met mist. Op basis van het langjarig gemiddelde (tijdvak 1971-2000) kunnen we landelijk bezien normaal zeven dagen met mist verwachten. De winter (december, januari en februari samen) telt normaal 21 mistdagen, net zoveel als in de herfst. In maart zie je dat de zon sterker wordt, hoger aan de hemel komt te staan en bovendien de dagen verder lengen, waardoor de kans op een mistdag vanaf dan kleiner wordt. Uiteindelijk blijven er in april gemiddeld vier mistdagen over.

Foto voorpagina: Martha Kivits te Waalwijk