Insecten

Plaaginsecten uit de streken rond de Middellandse Zee komen steeds vaker in de top 10 van plagen voor in Nederland.

De laatste tijd komen er steeds verhalen in het nieuwe over uitheemse insecten of plaagdieren die hier aanbeland zijn vanwege het warmer wordende klimaat. Zo is het blauwtongvirus hier beland, omdat een knutje die de ziekte overbrengt zich hier in de zomer aardig kan handhaven. Maar deze muggensoort is met recht een zomergast te noemen. De mug heeft een gemiddelde wintertemperatuur nodig die boven de 12,5 graden zal blijven. Hoe snel de klimaatopwarming ook zal gaan, voorlopig is het bij ons in de winter te koud voor deze muggensoort (zie foto 1). Een andere gast uit het zuiden van Europa is de eikenprocessievlinder. Vooral eind vorige eeuw was dit een plaag in de dorpen en steden van Brabant en Gelderland. De aantallen van de insecten zijn inmiddels wel iets op  retour, maar de plaag staat nog steeds in de top tien van plagen in onze bomen. Dezelfde gebieden hadden ook te kampen met de roodzwarte dennencicade die in de jaren tachtig van de vorige eeuw (zie foto 2). De dennecicade, die ook al geëmigreerd kwam uit het Middellandse Zeegebied. Een recenter voorbeeld is de paardenkastanjemineermot, die een totale verbruining van de bladeren en een vervroegde bladval kan veroorzaken. Vanuit Macedonië heeft dit mineermotje in hoog tempo heel Europa veroverd. Sinds de eerste waarneming in 1988 is het snel gegaan. Nu is vrijwel elke paardenkastanjeboom aangetast.

Een onderzoek van Alterra in Wageningen toont aan dat de belangrijkste plagen in de bosbouw verschoven zijn in de loop der jaren. “De toptien van de plagen is de afgelopen halve eeuw veranderd. De belangrijkste plagen (minimaal twee maal in de top 10) in de veertiger en vijftiger jaren, zijn anders dan in de jaren zeventig en tachtig, en deze verschillen weer met de jaren van ná 1980. Van typische naaldboom-plagen is er een overgang gekomen naar de loofbomen. De soorten van de laatste periode zoals grote iepenspintkever, grote wintervlinder, pruimenspinselmot, eikenprocessievlinder en eikenprachtkever, leven allemaal op loofbomen.” Door hun koudbloedigheid zullen insecten snel op klimaatverandering reageren en in dit geval hun verspreidingsgebied naar het noorden en westen uitbreiden. Plaaginsecten op bomen kunnen dus als milieu-indicatoren gebruikt worden, waarbij ze het voordeel hebben vaak opvallend aanwezig te zijn en dus gemakkelijk geregistreerd kunnen worden.

Er zijn ook ander plagen in het bos die niet de bomen aantasten maar de dierlijke en menselijke wandelaars. Zo zijn er op dit moment net als in 2004 weer veel teken in de bossen. Terwijl het juist nu prachtig weer is om in de bossen te wandelen met de zon door de bomen is de kans op een tekenbeet flink gestegen. De teken zijn in de droge en hete julimaand in een soort zomerslaap gegaan. Bij vochtig en warm weer gedijt de teek het best. Augustus was een vochtige maand en niet echt koud en de extra warmte in september heeft voor een onverwacht grote populatie teken gezorgd. U merkt er weinig van, als u door een teek gebeten wordt. Als de teek op u gevallen is dan zoekt die een warme plek en draait in de huid vast om bloed op te zuigen. Om het bloed vloeibaar te maken spuugt de teek wat maaginhoud in de bloed baan. Als de teek besmet is met de die Ziekte van Lyme veroorzaakt, kan de bacterie met het tekenspuug in ons lichaam terecht komen. De meeste teken in Nederland  zijn niet besmet en geven dus geen verschijnselen, maar als binnen drie weken rond de beet een rode, ringvormige plek ziet ontstaan, kan het wel op een besmetting duiden. De ziekte van Lyme is goed te behandelen met antibiotica, maar het blijkt dat veel mensen met de ziekte niet in de gaten hadden, dat ze door een teek gebeten waren. Maar niet alleen voor de mensen is een tekenbeet gevaarlijk, ook voor onze huisdieren is dat het geval (zie foto 3).

De in het Middellandse zeegebied inheemse Dermacentor teek is bezig aan een opmars in Nederland. Deze teek heeft de bijnaam 'hondenkillerteek' omdat het de voor honden dodelijke ziekte Babesiose overbrengt. De bloedparasiet die de teek verspreidt veroorzaakt bloedarmoede en nierfalen bij besmette dieren. Als de dierenarts er niet op tijd bij is sterven ze. Buitenshuis was het Nederlandse klimaat altijd te ongunstig voor deze teek, maar in 2004 zijn voor het eerst  honden met Babesiose gevonden in Nederland zonder dat deze dieren in het buitenland waren geweest. Inmiddels heeft deze teek zich over heel Nederland kunnen verspreiden en hier een vaste verblijfplaats gevonden. De uitheemse teek is te herkennen aan donkerbruine streepjes over de rug en is iets groter dan de gewone teek. De gewone teek is lichtbruin van kleur. De Dermacentor reticulatus blijft langer in de huid van zoogdieren zitten dan de Nederlandse variant.

Bron: Alterra, Wikipedia, Meteo Consult