Vogels gebruiken het Weer

Dankzij opstijgende luchtbellen kunnen vogels in een dag een zeer grote afstand afleggen. Waarom, maar vooral hoe doen ze dit?

Als mens maken we volop gebruik van het weer. Zo maken we dankbaar gebruik van het huidige nazomerweer om nog eenmaal richting het strand te trekken om te genieten van de zon en hoge temperaturen. Niet alleen als individu hebben we profijt van het weer, tegenwoordig maken we als gemeenschap steeds vaker gebruik van de wind en zon om energie op te wekken. Ook vogels weten de energie van de zon te benutten . Dankzij het door de zon opgewarmde land ontstaan er luchtbellen die het mogelijk maakt voor vogels om te zweven in de lucht.

Omdat het aardoppervlak niet gelijkmatig opgewarmd wordt door de zon krijg je soms behoorlijke verschillen in temperatuur. Zo is het op een zandverstuiving op de Veluwe veel warmer dan in de omringende bossen en ook op het platteland is het verschil soms goed te merken. Een akker, bedekt met zwarte aarde wordt namelijk veel warmer dan een weiland. Omdat warme lucht lichter is dan koudere lucht zal deze warme lucht, als een soort van bel of kolom gaan stijgen. Boven een groot wateroppervlak zoals het IJsselmeer of de Noordzee is dit nooit zichtbaar omdat het water veel gelijkmatiger wordt opgewarmd. Het zijn dus de verschillen in oppervlaktetemperatuur die dit mechanisme mogelijk maken.

De bellen met warme lucht, die meteorologen en vliegers vaak thermiek noemen zijn zeer regelmatig te zien. Bij het stijgen van de bel warme lucht zal deze uiteindelijk gaan afkoelen. Omdat warme lucht meer vocht kan bevatten dan koude lucht gaat er condensatie optreden, iets wat er ook gebeurd als warme lucht in aanraking komt met een koud raam. Het raam beslaat en in de lucht zien we bij condensatie stapelwolken ontstaan. De thermiek was afgelopen zaterdag nog goed zichtbaar. Na een heldere start (in 90% van het land) warmde de zon het land op en ontstonden er kleine stapelwolkjes. Toen de lucht in de middag droger werd loste ze vervolgens op en was de thermiek niet meer zichtbaar (er trad geen condensatie meer op).

Ballonvaarder kunnen thermiek absoluut niet gebruiken waardoor ze de vroege ochtend en avond gebruiken voor hun vluchten. Zou een ballon in de middag opstijgen, dan kunnen de passagiers een zeer onrustige vlucht verwachten. Zweefvliegers echter gebruiken de thermiek juist wel. Dankzij deze luchtbellen kunnen ze soms een zeer lange tijd in de lucht blijven.

Vogels benutten de thermiek ook. Sommige zweven alleen op één bepaalde thermiekbel, andere gebruiken de het juist om te kunnen vliegen over lange afstanden. Roofvogels bijvoorbeeld kunnen rustig rondzweven in een thermiekbel en wanneer zij een prooi zien nemen ze een flinke duik naar beneden. Ook meeuwen zien we soms gebruik maken van een thermiekbel.

Trekvogels maken ook gebruik van thermiekbellen. Ze zijn zelfs zo belangrijk voor ze dat ze zelfs een omweg kiezen om zo min mogelijk energie te gebruiken. Een vogel die van het noorden van Finland naar Afrika trekt zal het eerste deel van zijn reis via het vasteland van Zweden of Finland afleggen. Boven het koude water van de Botnische golf zien we hem zeker niet. De oversteek over de Oostzee zal plaatsvinden boven het zuiden van Zweden of hij vliegt over de Baltische staten. Om vervolgens de Middellandse zee over te steken is de Straat van Gibraltar favoriet of de Bosporus bij Istanbul.

Op een dag met veel thermiek kunnen trekvogels enorme afstanden afleggen. Een trekvogel laat zich namelijk meevoeren met de stijgende warme lucht en op het hoogste punt zweeft hij vervolgens langzaam richting het aardoppervlak om daarna weer omhoog te gaan in de volgende bel. Hoe hoger de thermiekbellen komen, des te groter is de afstand die de vogel aflegt. Figuur 1 geeft schematisch weer hoe een vlucht tussen verschillende luchtbellen eruit ziet. Dit verhaal maakt dus duidelijk dat niet alleen wij, als mens geïnteresseerd zijn naar de weersontwikkelingen, maar ook vogels.