Gletsjers op IJsland

Na de delen “water”en “vuur” gaan we nu voor de derde keer het prachtige eiland IJsland bezoeken. In dit laatste deel staat het “ijs” centraal.

IJsland biedt fascinerende natuur. Deel 3: ijs.

Na het bezoek aan de vele klaterende watervallen in deel 1 en het bewonderen van de diverse vulkanische verschijnselen in deel 2, is het vandaag tijd om datgene te aanschouwen waar IJsland zijn naam aan dankt, namelijk het ijs. Net als bij de vorige twee delen wordt dit verhaal opgeleukt met een aantal foto’s die de auteur zelf heeft gemaakt tijdens zijn bezoeken aan dit eiland in de zomers van 2000 en 2003.

Op IJsland is het klimaat gunstig voor de vorming van grote gletsjers. Het eiland zit immers tegen de poolcirkel aangeplakt en daarom is het klimaat niet al te warm. Zeker langs de kust zijn de winters weliswaar relatief mild (zo ligt de gemiddelde januaritemperatuur in Reykjavik hoger dan bijvoorbeeld in New York), maar in het binnenland is het dan aanmerkelijk kouder. Belangrijk voor de vorming van gletsjers is dat er, vooral in de zuidelijke helft van het land, erg veel neerslag valt, lokaal gemiddeld meer dan 4000 mm per jaar. In het hoger gelegen binnenland valt een groot deel van deze neerslag in de vorm van sneeuw. Omdat de zomers koel verlopen, blijft de hoeveelheid smelt dan binnen de perken. Hoewel maximumtemperaturen van boven de 20 graden zeker voorkomen (in 2003 beleefden wij zelfs een vijftal van deze dagen op rij), kan het in iedere maand van het jaar ook tot sneeuwval komen, iets wat we drie jaar eerder ook zelf aan den lijve konden ondervinden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ieder wat hoger gelegen plateau of bergtop getooid is met een gletsjer, of minstens met een aantal flinke sneeuwvelden. De grootste gletsjer, de Vatnajökull vinden we in het zuiden en deze ijsmassa is zo groot als Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel bij elkaar. De diverse uitlopers van deze ijskap reiken middels diverse gletsjertongen hier en daar bijna tot zeeniveau en dat leidt tot spectaculaire beelden.

De reiziger die net als wij, beginnend in Reykjavik, het eiland met de wijzers van de klok rondreist, zal voorlopig het ijs, bij helder weer alleen maar in de verte zien liggen. Daarbij moet men zich niet verkijken op de afstanden. De lucht op IJsland is dikwijls helder en zeer schoon, waardoor er zeer ver gekeken kan worden. Niet zelden kan men aldus bergtoppen zien en een glimp van een gletsjer opvangen, die zich op het oog op enkele tientallen kilometers afstand bevinden, maar in werkelijkheid is de afstand ruim honderd kilometer! Dat houdt ook een waarschuwing voor de argeloze wandelaar in. Een interessant punt dat te belopen lijkt in amper een uurtje tijd, kan in werkelijkheid wel bijna een hele dagmars vergen! Vergewis u daarom altijd van de werkelijke afstand door middel van een goede kaart, alvorens u op pad gaat.

Dat probleem hadden wij in ieder geval niet. Onze bus, die ook op behoorlijk ruig terrein nog goed uit de voeten kon (zie bijvoorbeeld foto 7) bracht ons altijd nabij, of in de buurt van de diverse bezienswaardigheden, waardoor de wandelingen beperkt bleven tot een duur van maximaal twee uur heen en terug.

Aldus aankomend bij het plaatsje Höfn (spreek uit: Hup), ziet men in de verte al de enorme Vatnajökull liggen, of beter gezegd, de diverse uitlopers van dit ijsplateau. Als men vervolgens langs de hoofdweg “1” verder westwaarts reist, dan wordt men op diverse locaties op diverse wonderschone vergezichten getrakteerd. Uiteraard is het zonde om alleen maar door te rijden op deze weg. Het loont zeer zeker de moeite om op diverse plaatsen te stoppen of om even een strategisch zijweggetje in te slaan. Niet zelden kan men dan rechtstreeks naar een gletsjertong toe rijden en het ijs vervolgens letterlijk aanraken, waarvan foto 5 een voorbeeld laat zien.

Een absolute “must” is in ieder geval een stop bij het Jökulsárlón. Dit is een meer, die aan de voet van een van die uitlopers van de Vatnajökull is ontstaan. Aan het eind van de 19e eeuw was de gletsjertong bijna een kilometer langer en reikte toen tot aan de zee, maar inmiddels is het ijs teruggetrokken. Het meer is behoorlijk diep, langs de mond van de gletsjer een kleine 200 meter en het gevolg hiervan is dat de afbrekende ijsbrokken van de gletsjer als ware ijsbergen in het water komen rond te drijven. In een soort amfibievoertuig kan met een tochtje over het meer maken en dat levert een onvergetelijke belevenis op. Wij hebben dat tochtje zowel in 2000 en 2003 gemaakt en beide keren was het totaal anders. Dat kwam, niet alleen omdat de ijsbergen zelf voordurend wijzigen in vorm en aantal, maar ook door het geheel andere weer. In 2000 was het windstil, nagenoeg onbewolkt en dus zonnig (zie foto’s 1 en 2). In 2003 stond er ook weinig wind, maar hing er lage bewolking en was het mistig (foto’s 3 en 4). Volgens de zeer ervaren gids hadden we aldus een lot uit de loterij getrokken, want dit waren volgens hem de twee meest ideale weersomstandigheden om het Jökulsárlón te ondergaan.

Terwijl de ijsbergen, waarvan de grootste meer dan vijftien meter boven het wateroppervlak uittorenen, langzaam ronddrijven, smelten ze ook geleidelijk af. Hierdoor kunnen ze onverwacht omrollen als het zwaartepunt anders komt te liggen. Ook van de gletsjertong zelf breken zo nu en dan ijsbrokken af en door beide effecten kunnen er op het meer onverwacht vloedgolven worden opgewekt. Dat is uiteraard gevaarlijk en hierdoor moet een ieder verplicht zwemvesten omdoen en wordt de boot door een rubberboot gevolgd met uitkijk die alles in de gaten houdt en bij dreigend onheil waarschuwt. Mocht het écht misgaan, dan kunnen aldus te water geraakte toeristen zo snel uit het water worden gevist. Dat water heeft een temperatuur van rond +1 graad, dus een drenkeling die te water raakt, zal al snel bevangen worden door de kou. Ons overkwam dat gelukkig niet, al hoorden we soms wel dat er een onheilspellend gerommel vanuit richting de gletsjer kwam aanrollen.

Via het meer stoomt ook veel smeltwater richting de zee. In deze stroming worden ook sterk afgesmolten ijsbergjes en –brokjes meegesleurd, die soms nog duidelijk aan de grond vastlopen en blijven steken. Het resultaat is in ieder geval een snelstromende en brede rivier, die echter wel de kortste is van heel IJsland, want al na 500 meter bereikt deze de zee. Toch heeft deze rivier een naam, die langer lijkt dan de rivier zelf, namelijk de “Jökulsá á Breidamerkursandi”. Op dit ijsmeer zijn trouwens ook scènes geschoten van de James Bond film “A view to a kill.”

Een klein stukje verderop en een kilometertje van de hoofdweg af (een onwetende reiziger zou er zó voorbij rijden) kan men het evenzeer mooie Fjallsárlon bewonderen (foto 6) en op diverse plekken is het een klein kunstje om naar een gletsjertong te rijden of te wandelen. Een belevenis op zich is een tocht naar het nationale park Skaftafell. Een lange vallei, die aan drie kanten wordt omringd door steile rotswanden en gletsjers, geeft toegang tot dit park. Deze brede kloof is alleen te berijden door jeeps, terreinwagens en speciale bussen, waaronder de onze. De rit naar de bij de ingang van het park gelegen camping, winkel en restaurant is spectaculair. Door het ruige, rotsachtige terrein lopen diverse smeltwaterbeken. Deze beken verleggen voortdurend hun bedding en de “weg” is ook niet meer dan een jeepspoor en bruggen ontbreken dan ook geheel. In totaal moeten er op deze tocht een twintigtal beken genomen worden, kleintjes, maar soms ook grotere. Foto 7 laat de doortocht van de bus door zo’n grotere beek zien en dat liep ditmaal goed af, wat echter niet van elke tocht gezegd kan worden! In 2003 was het allemaal nog spannender en was de overtocht alleen mogelijk na telefonisch contact en onder begeleiding van een jeep, die als gids voorop reed en aldus de juiste  route aangaf.

Kortom, uit de afgelopen drie verhalen moge duidelijk blijken dat er op IJsland van alles te beleven is. Lang niet alles is verteld, maar u zult begrijpen dat we IJsland als vakantiebestemming alle weer- en natuurliefhebbers van harte kunnen aanbevelen. Het is niet goedkoop, maar u zult er geen spijt van krijgen.

Bronnen: Tom van der Spek Hans van Hulssen; Dominicus: IJsland; Meteo Consult.