Vulkanisme op IJsland

Alles over het vulkanisme op IJsland. Kraters, lavastromen, maar ook kokende modderbronnen en geisers, het komt allemaal aan bod.

Een kleine twee weken is er op deze site een verhaal geplaatst over het prachtige eiland IJsland, waarin watervallen centraal stonden. Op dat eiland is echter veel meer mooie natuur te bewonderen. In dit tweede deel staat het “vuur” centraal, want wie “IJsland” zegt, zegt natuurlijk ook vulkanisme. De directe en indirecte uitwerking van de hitte in de aardmantel onder onze voeten vindt men op IJsland dan ook op vele plaatsen en in diverse gedaanten terug. Wie de inleiding, alsmede het verhaal over de watervallen op IJsland wil lezen, raadplege de link hieronder. De foto’s die trouwens dat verhaal en dit verslag illustreren, zijn door de auteur zelf gemaakt, tijdens zijn bezoek op IJsland in de zomers van 2000 en 2003.

Het “water” verhaal beëindigden we met het bezoek aan de Gullfoss waterval. Daarbij merkten we losjes op dat deze waterval zich slechts ongeveer op tien kilometer van het Geysirveld bevindt, dat beroemd is vanwege zijn spuitende stoomfonteinen en kokende waterbronnen. Zelfs toeristen die maar een paar dagen op IJsland vertoeven, kunnen niet om deze spectaculaire natuurattractie heen, op een stief uurtje rijden van Reykjavik.

Het vulkanisme wordt op IJsland door twee oorzaken opgewekt. Het eiland ligt op de zogenaamde mid-Atlantische rug, die de grens vormt tussen de plaat waarop Europa en Azië ligt, en de plaat waarop Noord-Amerika is te vinden. Beide platen drijven nog steeds langzaam uiteen, waardoor de Atlantische oceaan ook heden ten dage nog langzaam wijder wordt. Daar waar de beide platen langzaam uiteendrijven, welt vanuit de diepte lava op. Dit alles speelt zich in het algemeen ruim onder het oceaanoppervlak af, maar hier en daar weten de grootste vulkanen door het wateroppervlak heen te breken en vormen aldus eilanden, zoals de Azoren.

Op IJsland wordt het uiteenschuiven van beide aardschollen spectaculair zichtbaar bij Pingvellir. Hij wordt daar zichtbaar door een lange kloof van enkele tientallen meters breed, gescheiden door steile rotswanden en diverse breuken. Het beeld is moeilijk in een foto te vangen, men moet het met eigen ogen zien. Metingen hebben in ieder geval aangetoond dat de bodem van de kloof met gemiddeld een halve cm per jaar zakt, terwijl de wanden van de kloof met ongeveer de dubbele snelheid uiteenwijkt.

Hoe dan ook, het uiteenwijken van de aardschollen bij de mid-Atlantische rug kan niet alleen de verklaring zijn van het aanwezig zijn van het forse IJsland, dat toch vier maal zo groot is als Nederland. Het toeval wil dat op de locatie van IJsland zich ook een zogenaamd “gloeipunt” bevindt. Bij een gloeipunt – de naam suggereert dat al – bevindt het magma zich zeer dicht onder de aardkorst, die hier ook extra dun is. Geen wonder dat dit magma als lava geregeld door de aardkorst weet heen te breken. Hierdoor wist IJsland zijn huidige afmeting te verkrijgen en wordt netto bezien ook nu nog steeds groter qua omvang. Die grote hitte, die je hier en daar op IJsland letterlijk kunt voelen als je je hand op de grond legt, veroorzaakt ook de geisers die vooral in het zuidwesten, maar ook elders hier en daar te bewonderen zijn.

Het grootste veld met kokend water en stroom op IJsland heet “Geysir”, vernoemd naar de beroemdste geiser aldaar. Helaas is deze geiser daar vrijwel tot rust gekomen en is er niet meer van over dan een ronde plas, gevuld met water dat overigens zo heet is, dat je er nog steeds niet je hand in kan steken, want het water is 60 tot 80 graden heet. Gelukkig is de rol van deze geiser overgenomen door een kleiner broertje op rond honderd meter daar vandaan, de “Strokkur”. Deze springbron is zeer actief en spuit met onregelmatige tussenposen een zuil van hete stoom en water zo’n 10 tot 20 meter de lucht in. Heel fraai is het pulseren van het hete water in het spuitgat te zien, vlak voor de eruptie en niet zelden volgt er niet één, maar twee of zelfs drie stoom- en waterzuilen binnen één minuut (foto 1 en 2). Schrijver dezes had zelfs het geluk om zo zeven erupties binnen anderhalve minuut op video vast te leggen. Daarmee had de Strokkur wel zijn kruit behoorlijk verschoten, want daarna volgde een ongebruikelijke lange pauze van een half uur. Normaal spuit de Strokkur eens in de 8 tot 12 minuten, zeer regelmatig dus. Verder vallen hier nog op diverse plaatsen kokende waterpoeltjes te bewonderen en heeft men een mini-huisje bovenop een stoomuitlaat geplaatst, zodat er altijd rook (stoom) uit de schoorsteen komt…

Op de route van en naar Geysir en de Gullfoss stuit men op een andere vorm van vulkanisme, namelijk een prachtige exposiekrater, zo langs de weg, die deels gevuld is met water (foto 3). De wanden van deze krater zijn prachtig gekleurd, dit vanwege de (ijzerhoudende) mineralen die hier in het gesteente verwerkt zitten. Qua kleuren is dit een waar hoogtepunt, maar voor bizarre kleuren kunnen we nog op genoeg andere plaatsen op IJsland terecht.

Ook lavastromen komt men te pas en te onpas tegen. Afhankelijk van de ouderdom van de lavastromen komt men de meest grillige vormen tegen en is de lava nog kaal, of al min of meer met mossen bekleed. In het ruwe klimaat op IJsland is dat echter een zeer langzaam verlopend proces. Het duurt wel twee à drie eeuwen alvorens een lavastroom goeddeels door mos is bedekt.

De reiziger die op het vliegveld Keflavík landt (op 40 km van Reykjavik) zal op zijn tocht richting de IJslandse hoofdstad al door diverse lavavelden rijden. Menigeen zal misschien al vrij snel afslaan richting de stoomwolken die hij of zij daar in de verte ziet opstijgen. Men belandt aldus bij de beroemde “Blue Lagoon” alwaar men tussen bijna pikzwarte lava in blauwig heet water kan baden, een belevenis op zich. Wij hebben dat twee maal gedaan, niet bij aankomst, maar juist op de dag voor vertrek. De tweede keer was het koud en regenachtig, een graad of 7, maar het opwellende hete water was hier en daar zo warm tussen de tenen, dat het verstandig was om snel door te waden om aldus een iets koeler plekje op te zoeken. De temperatuur van het water schommelt tussen 30 en bijna 45 graden. Die laatste waarde was, wat ons betreft, iets teveel van het goede…

Een zeer fraai voorbeeld van een zeer ruig lavaveld is te vinden op het schiereiland Snaefellsnes. Zoals op foto 4 is te zien is de lava vrijwel onbegaanbaar en heeft de natuur hier zelfs een soort “olifant” of “neushoorn” uit de lava geschapen. De krater met de naam Búdaklettur heeft een hoogte van 88 meter en heeft al deze lava uitgespuwd.

Dat lava tot vreemde dingen in staat is, is als men de vogelrots Hvitserkur aanschouw (foto 5). Deze 15 meter hoge rotsformatie in zee lijkt wel wat op een versteende draak, maar volgens een oude legende was het een trol, die onverstandig genoeg te lang buiten bleef en versteende zodra de zon opkwam. Hoe dan ook, tegenwoordig levert dat ook een mooi plaatje op.

Als de tijd verstrijkt, dan erodeert de lava geleidelijk verder en ontstaat er een meer gelijkmatig beeld. Een van de meest catastrofale uitbarsting in de geschiedenis van IJsland vond plaats van 8 juli 1783 tot 7 februari 1784. De lava kwam, na een serie aardbevingen, uit een spleet die een totale lengte van 24 km kreeg. In totaal overstroomde de lava twee kerken en 14 boerderijen, terwijl nog eens 20 boerderijen zwaar werden beschadigd. In totaal bedekte de lava uiteindelijk 565 vierkante kilometer grond. De indirecte schade door de vrijgekomen gassen was echter veel groter. De hele zomer en herfst van 1783 was IJsland in een blauwe waas gehuld en wilde gras amper groeien. De winter daarop stierven 10.000 runderen (50%), 27.000 paarden (76%) en 187.000 schapen (79%). Hierdoor stierf in de drie jaren daarna bijna een kwart van de bevolking de hongerdood…

In dik 200 jaar tijd is de lava herschapen in een licht bobbelig landschap dat bedekt is met een dikke mosdeken (foto 6). Het is prachtig om te zien en om door te wandelen en kan je beter maar niet denken aan de verschrikkingen die de eruptie destijds heeft veroorzaakt.

Een absoluut hoogtepunt voor wat betreft vulkanisme en waar dat toe kan leiden, treft men aan rondom het Mývatnmeer, wat “muggenmeer” betekent. Die beestjes treft men daar inderdaad een zeer grote getalen aan, maar het voordeel is dat het geen steekmuggen zijn, althans toen wij er waren, staken ze niet. Het weer in die steek was trouwens nogal verschillend tijdens onze twee bezoeken aldaar in 2000 en 2003. In 2000 was het ongebruikelijk koud voor eind juni. Er vielen regelmatig sneeuwbuien en de temperatuur lag amper boven het vriespunt. Drie jaar later steeg het kwik ’s middags tot boven de 20 graden en kon er in de open lucht gepicknickt worden.

en bezoek aan Mývatn is een aaneenschakeling van hoogtepunten. Vlak langs de weg aan de noordoostkant van het meer ligt Hverarönd, een van de mooiste en sowieso het gemakkelijkst bereikbare solfatarenveld van IJsland. Na een wandeling van slechts een tiental meters staat men voor een kokende modderbron. Vervolgens kan men over het vrijwel vlakke solfatarenveld zelf lopen. Overal hoort men gegier, geblubbel en gefluit uit de grond komen van kokend water, stroom, modder en zwafeldioxide, die men ook overal zeer duidelijk kan ruiken. De zwavel is overal in de meest bizarre kleuren afgezet en foto 7 kan slechts een vage indruk geven van de overweldigende natuurpracht die de bezoeker hier overvalt.

Bij het solfatarenveld treft men naast kokende modder en zwavelpoelen ook een aantal kleine heuveltjes aan waar stoom met een temperatuur van wel 180 graden met grote kracht uit spuit. Men kan deze heuveltjes tot op een meter benaderen, uiteraard wel aan de kant van waar de wind waait (foto 8).

Een volgend hoogtepunt vindt een tiental kilometers naar het noorden plaats. Daar kan men wandelen over lavavelden die in een serie uitbarstingen tussen 1975 en 1984 hebben plaatsgevonden. De lava is nog grijs tot pikzwart en op diverse plaatsen roken de sintels nog en voelt de grond duidelijk warm aan. Vooral in 2000 was deze wandeling zo indrukwekkend, omdat het tegelijkertijd hard begon te sneeuwen, een hele bijzondere gewaarwording in de zomer en in combinatie met het nabije vuur. Omdat door de sneeuwval het zicht nogal beperkt was, konden we drie jaar later pas écht zien wat we hadden gemist. De getoonde foto 9 stamt dan ook uit dat laatste jaar.

Na dit vurige hoogtepunt op IJsland, vinden we in die sneeuwbui het aanknopingspunt voor het derde thema van dit drieluik, namelijk het ijs. Nergens in Europa zijn grotere gletsjers te vinden dan op IJsland, die wat dat aspect betreft, zijn naam eer aan doet. In het laatste deel zullen we uit de doeken doen dat ook wat betreft ijs er veel moois is te zien op IJsland en wat nog mooier is, dat men al deze pracht gemakkelijk in één reis kan combineren.

Bron: Tom van der Spek, Hans van Hulssen, Dominicus: IJsland , Meteo Consult